Hoe ga je om met maatschappelijke onrust en ongenoegen?

Onderwerp
Participatie van beleid tot uitvoering

Hoe ga je in de praktijk om met maatschappelijk onrust en ongenoegen en wat is dat eigenlijk? En hoe voorkom je dat jouw eigen handelen onbedoeld bijdraagt aan verdere onrust of tegenstellingen? 

Om dat beter te begrijpen, is het ministerie van BZK begin 2025 het Interbestuurlijk en Lerend Omgaan met Ongenoegen-traject (ILOMO) gestart. In dit leertraject onderzochten professionals van gemeenten, provincies, het Rijk en uitvoeringsorganisaties de lessen uit de praktijk rondom grote transities, waaronder de energietransitie

De belangrijkste inzichten uit het ILOMO traject 

Maatschappelijk ongenoegen is geen communicatieprobleem 

Ongenoegen bij energieprojecten ontstaat zelden door een gebrek aan feiten of uitleg. Het proberen weg te nemen van weerstand met nog meer technische informatie, onderzoeken of extra bewonersavonden werkt vaak niet. Zichtbare weerstand komt voort uit dieperliggende emoties en waarden: het gevoel de controle over de eigen leefomgeving te verliezen, ervaren onrechtvaardigheid, gebrek aan invloed en wantrouwen richting de overheid.  

Gehoord worden is iets anders dan erkend worden 

Veel inwoners hebben het gevoel dat besluiten over hun buurt feitelijk al vaststaan voordat het participatieproces begint. Hierdoor wordt een formeel zorgvuldig traject niet automatisch ervaren als een rechtvaardig proces. Dit inzicht raakt aan de participatieparadox: op het moment dat inwoners nog echt invloed kunnen uitoefenen op het beleid, is er vaak weinig belangstelling. Pas als besluiten al grotendeels zijn genomen en de beïnvloedingsruimte kleiner wordt, haken inwoners emotioneel aan. 

Ongenoegen ontstaat bijna nooit alleen lokaal 

Hoewel de spanning lokaal zichtbaar wordt bij een specifiek project, ligt de oorzaak zelden uitsluitend in die ene wijk. Inwoners beoordelen een nieuw project in het licht van eerdere ervaringen met de overheid, eerdere beleidswijzigingen en landelijke politieke keuzes. Bovendien leidt interbestuurlijke onduidelijkheid, zoals tegenstrijdige boodschappen of het naar elkaar wijzen tussen gemeente, provincie en Rijk, tot extra wantrouwen bij burgers. 

Conflict hoeft niet altijd vermeden te worden 

Er kan onderscheid gemaakt worden tussen onproductieve en productieve conflicten. Onproductieve conflicten ontstaan wanneer partijen vastzitten in hun eigen gelijk en het gesprek vooral over het proces en de relatie gaat. Een productief conflict kan juist helpen om helder te krijgen welke belangen, zorgen en waarden er echt spelen in een gemeenschap. 

Handvaten voor het omgaan met maatschappelijke onrust en ongenoegen in de praktijk 

  • Maak vooraf een grondige contextdiagnose. Kijk voordat je een participatietraject start niet alleen naar het energieproject zelf, maar onderzoek de lokale geschiedenis en eerdere ervaringen van inwoners met de overheid. Houd rekening met gestapelde ervaringen en gebeurtenissen in de wijk. 
  • Vertraag het gesprek en geef ruimte aan emoties. Schiet bij weerstand niet direct in de verdediging met extra cijfers of technische oplossingen. "Emoties hebben voorrang": geef inwoners eerst de ruimte om hun zorgen en emoties te uiten en bied een luisterend oor voordat je de inhoud in gaat. 
  • Voorkom valse verwachtingen door vanaf de start helder aan te geven wat inwoners wel én niet kunnen beïnvloeden. Duidelijke grenzen en eerlijkheid over de beslisruimte voorkomen dat inwoners het gesprek als schijnparticipatie ervaren. 
  • Zet in op 'presentie': bouw ook buiten roerige tijden om een duurzame relatie op met de wijk. Echte aanwezigheid kost vooraf tijd, maar voorkomt escalatie achteraf. Begrip tonen zonder daadwerkelijk tijd te nemen ('nep-empathie'), beschadigt het vertrouwen. 
  • Vind de balans tussen luisteren en begrenzen. Bied ruimte voor maatschappelijke onrust en protest als onderdeel van de democratie, maar stel duidelijke grenzen bij intimidatie, bedreiging of geweld. Zorg dat je hierin kunt rekenen op bestuurlijke en organisatorische rugdekking. 
  • Zorg voor rolhelderheid tussen bestuurslagen. Inwoners verwachten verschillende dingen van overheden: van het Rijk kaders en leiderschap, van de Provincie verbinding en coördinatie, en van de gemeente nabijheid en empathie. Stem boodschappen interbestuurlijk goed af en voorkom dat overheden elkaar publiekelijk tegenspreken. 

VOORBEELD 

Urk is een voormalig eiland en huidige gemeente in de provincie Flevoland en heeft 21.135 inwoners. In de laatste weekenden van november en de eerste weekenden van december werd Urk geconfronteerd met ongeregeldheden die er twee keer toe leidde dat de mobiele eenheid de openbare orde moest herstellen. "Een onwenselijke situatie, als burgervader en als burgemeester", aldus burgemeester Cees van den Bos. Lees meer over het omgaan met onregeldheden rondom Sinterklaas in de gemeente Urk.  

VOORBEELD 

Roosendaal is een gemeente in de provincie Noord-Brabant, met circa 77.000 inwoners. In november 2020 had de stad te maken met aanhoudende vuurwerkoverlast. Vijf wijken gingen na de vuurwerkrellen tijdelijk op slot voor buitenstaanders. Lees meer over omgaan met aanhoudende vuurwerkoverlast in gemeente Roosendaal.

Meer lezen