Met welke bestaande wetgeving en kaders rondom participatie moet ik rekening houden?

Onderwerp
Welke kaders

Wanneer je participatie organiseert, is het belangrijk om in kaart te brengen binnen welke bestaande kaders dit plaatsvindt. Hierbij kun je denken aan de volgende kaders:

Juridische kaders 

  • Denk hierbij aan wettelijk voorgeschreven zienswijzenprocedures, een termijn waarbinnen een bewindspersoon moet reageren op een wetenschappelijk onderzoek of een wet die de raadpleging van bepaalde groepen voorschrijft.
  • Het wetsvoorstel ‘Wet versterking participatie op decentraal niveau’ biedt een basis voor het opstellen van een participatieverordening door lokale overheden. 
  • In hoeverre overheden dwingende randvoorwaarden mogen stellen aan initiatiefnemers voor het organiseren van participatie bij duurzame energie in de projectfase, wordt beschreven in de factsheet “Bevoegdheden overheden bij procesparticipatie en financiële participatie”.
  • Voor de RES kan bijvoorbeeld de planMER van toepassing zijn op het moment dat de RES vertaald wordt naar omgevingsbeleid. 

Politiek-bestuurlijke kaders

Voorbeelden zijn door de volksvertegenwoordiging aangenomen moties, wensen van de bewindspersoon, vastgesteld beleid of afspraken gemaakt in akkoorden zoals het Klimaatakkoord. Denk voor beleid en projecten voor duurzame energie aan: 

  • Het Klimaatakkoord (pagina 219) beschrijft de kaders voor participatie bij het opwekken van duurzame energie. Hoofdstuk ‘Regionale Energiestrategie’ (p. 222) beschrijft de specifieke kaders voor de RES en wijdt ook een paragraaf aan participatie (p. 226). Het is aan gemeenten zelf om te bepalen hoe zij participatie vastleggen in lokaal beleid. Zij hebben dus geen wettelijke verplichting om participatie te organiseren. 

  • De Handreiking RES 1.1 biedt regio's een afwegingskader waarvan bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak (participatie) één van de vier elementen is. 

  • Een overheid kan zelf beleidskaders gesteld hebben voor participatie in het algemeen of specifiek voor projecten voor duurzame opwek.

  • In de concept-RES zelf kunnen al kaders meegegeven zijn voor participatie op weg naar de RES 1.0. Of mogelijk in moties op de concept-RES, voor zover die behandeld zijn door gemeenteraden. 

  • Omgevingsbeleid: mogelijk zijn er al instrumenten van de Omgevingswet uitgewerkt door de betreffende overheid waarin staat hoe om te gaan met participatie.  

Organisatorische kaders 

Hierbij kun je denken aan de relatie van de RES tot andere projecten: lopen er andere participatietrajecten die elkaar kunnen versterken, dan wel in de wielen kunnen rijden? Maar het kan ook gaan over de aard van het project, is er bijvoorbeeld sprake van een interbestuurlijk programma, dan is er afstemming over de participatie nodig met alle partners. Hoe is de betrokkenheid van deze partners en wie zijn aanspreekpunt? 

Inhoudelijke kaders 

Hierbij kun je denken aan de inhoudelijke (on)mogelijkheden, bijvoorbeeld bepaalde normen die niet overschreden mogen worden, zoals de beschermingsniveaus uit het Deltaprogramma. Of bijvoorbeeld aan beperkingen of eisen vanuit Europese regelgeving. Daar kan dan namelijk geen participatie op plaats vinden, en dat moet je helder communiceren naar de stakeholders. 

Financiële- en capaciteitskaders

Zoals het beschikbare budget en de beschikbare capaciteit voor participatie. 

Gedragscodes

Een aantal voorbeelden van gedragscodes en handboeken zijn:

Op de website van het Landelijk Communicatie Netwerk Klimaat vind je veel handreikingen die tot inspiratie kunnen dienen